De Rochuskapel

Deze kapel werd ter ere van de heilige Rochus gebouwd, die als beschermheilige tegen de pest werd vereerd. Volgens officiële documenten was er vanaf 1646 voor de eerste keer sprake van deze kapel. Het klokje in de sierlijke dakruiter draagt volgende inscriptie:
1651 + s.maria ora pro nobis
De kapel bevond zich aanvankelijk in het centrum van het gehucht Kelmis, dat op 29 september 1650 tot heerschappij Kelmis werd gepromoveerd. Op 20 mei 1662 gaf de Spaanse koning Filips zijn toestemming gemeentegrond te verkopen, om met de opbrengst daarvan een kapelaan aan te stellen, die dagelijks een mis –ofwel in de kapel of op het mijngebied– zou moeten voordragen. In de tweede helft van de 17e eeuw leed het kerkje zeer erg onder de schanddaden van het Franse soldatenvolk, maar kon toch steeds opnieuw hersteld worden. Om aan de vereisen van de nieuwe liturgie te voldoen, werd de binnenruimte van de kerk vernieuwd. Tijdens deze werkzaamheden vond men een altaarsteen van maar liefst 30 cm dik en 74 x 84 cm groot, die duidt op een mogelijk nog oudere historie van de kapel. Deze steen werd in de noordelijke muur van het koor ingemetseld.
In 2004 werd de kapel in het kader van het Interreg III-project “gezellig toerisme in het Geuldal” vanbinnen en vanbuiten volledig vernieuwd.

